Wat je van de aartsvaders van de verhuisbranche kunt leren
Je kunt een verhuisbedrijf op twee manieren ouder laten worden. Door op routine te draaien. Of door telkens opnieuw te kiezen wat je wél blijft doen en wat je loslaat. In een branche die van nature praktisch is – plannen, laden, oplossen – lijkt dat vanzelfsprekend. Toch is het precies daar waar het spannend wordt. Want verhuizen is al lang niet meer alleen spierkracht en een vrachtwagen. Het gaat net zo goed over regelgeving, timing, reputatie, personeel, klantbeleving en internationale compliance. Bedrijven die daarin blijven meebewegen, belichamen het DNA van de branche en laten zien wat nodig is om relevant te blijven.
Voor Verhuizen vroegen we vijf Erkende Verhuizers met een gezamenlijke worteldiepte van 875 jaar naar hun eigen ‘wet van het vak’. Niet om nostalgisch terug te blikken, maar om zichtbaar te maken wat je als ondernemer, beslisser of medewerker wel of niet kan toepassen op vandaag.

“Betrouwbaarheid is geen boodschap, maar een bewijs” – Van Dam Verhuis en Transport B.V., Doetinchem (sedert 1844)
Bij Van Dam draait het volgens ondernemer Jeroen van Dam om één woord dat niet versleten mag raken: betrouwbaarheid. Niet als slogan, maar als bewijs dat je door de tijd heen levert wat je belooft. Jeroen van Dam koppelt die betrouwbaarheid direct aan continuïteit: als je meer dan 180 jaar bestaat, heb je “alles meegemaakt en overleefd en daarmee laat je zien dat klanten op je kunnen vertrouwen”.
In zijn verhaal zit ook iets zeldzaams: de verlenging van de Koninklijke titel. Een titel die niet alleen wordt toegekend, maar na verloop van tijd opnieuw wordt beoordeeld. Voor Van Dam is dat een vorm van externe bevestiging van bestendigheid en tegelijk een wens richting de sector: meer verhuisbedrijven die de lat hoog houden, zodat het keurmerk meegroeit in reputatie.
Jeroen van Dam noemt het “trots” om onderdeel te zijn van de regio, en beschrijft de Achterhoeker als van nature terughoudend: eerst observeren, dan pas oordelen. Dat vertaalt zich naar zakendoen: trouw blijven aan merken en leveranciers als het goed is, en vertrouwen op mond-tot-mond in plaats van alleen de Google‑ranglijst. “Als je altijd je best doet en goed werk levert, dan blijven de klanten je vinden.”
In het familiebedrijf is frictie geen drama maar dynamiek. Jeroen van Dam schetst hoe hij en zijn broer Rick verschillen, elkaar nodig hebben en elkaar aanvullen. Meningsverschillen trekken vaak “een dag later” alweer recht. De koers is doorgaans gedeeld.
De meest tastbare keuze uit hun geschiedenis is voor Jeroen de verhuizing van Terborg naar Doetinchem en de bouw van een opslagterminal met zware bovenloopkraan: “de beste investering die we ooit hebben gedaan.” En als je vraagt wat over dertig jaar nog typisch Van Dam moet zijn, is het antwoord concreet: “betrouwbaar blijven. En herkenbaar, zelfs in de kleur van de wagens. Betrouwbaarheid verkoop je niet. Die verdien je, dag na dag.”

“Internationaal succes is regie, empathie en auditdiscipline” – Koninklijke Meubeltransport Maatschappij De Gruijter & Co. N.V. (sedert 1881)
De Gruijter & Co. formuleert zijn onderscheid niet in omvang, maar in keuze. Sinds 1881 staat het bedrijf volgens branchemanager Remko Hitijahubessy voor vakmanschap op het hoogste niveau, met een consistente focus op kwaliteit, discretie en persoonlijke begeleiding. Waar anderen kozen voor schaalvergroting, koos De Gruijter structureel voor uitzonderlijke zorgvuldigheid en aandacht, passend bij klanten die hun meest dierbare en waardevolle bezittingen toevertrouwen.
Het internationale karakter werd duidelijk vanaf het interbellum, toen wereldwijde handelsstromen en emigratie toenamen. Na de Tweede Wereldoorlog versnelde dat, waardoor internationale verhuizingen steeds dominanter werden. Vandaag is internationaal verhuizen, met nadruk op bestemmingen buiten Europa, de kern.
Wat vaak wordt onderschat is de verborgen expertise: douaneprocedures, documentatie, regelgeving per land, risicoanalyse, timing, klimaatverschillen én begeleiding van klanten in een complexe levensfase. De Gruijter positioneert juist die combinatie als onderscheid: technisch vakmanschap én empathische begeleiding.
De balans tussen lokale wortels en wereldwijde netwerken bewaakt het bedrijf door één maatstaf te hanteren: het eigen kwaliteitsniveau. Partners worden alleen toegelaten als ze dezelfde waarden delen en dezelfde standaard borgen, in een wereld waarin certificaten en audits steeds zwaarder meewegen. Kwaliteit in de keten wordt bewaakt door selectie, periodieke audits en monitoring. De Gruijter blijft eigenaar van het proces en aanspreekpunt voor de klant.
Het predicaat ‘Koninklijk’ wordt gezien als een eer die verplicht. Tegelijk ziet het bedrijf twee bewegingen: digitalisering en strengere regels maken het vak formeler, maar menselijke empathie wordt belangrijker omdat klanten begeleiding verwachten in een emotioneel proces. Specialisatie boven volume is leidraad. Wereldwijd blijft de kern: aandacht voor details, veiligheid, de klant en het verhaal achter de verhuizing.

“Specialiseer, maar wed niet op één paard” – Mondial Verhuisbedrijf Henneken, Zoetermeer (sedert 1870)
Henneken is in toon en strategie nuchter, breed inzetbaar, maar met een scherp gekozen specialisme. Ondernemer Lauwrens de Jong noemt hun rode draad: vakmanschap en kwaliteit. Niet de goedkoopste willen zijn, maar zo goed leveren dat klanten terugkomen. Zoetermeer speelde daarin een sleutelrol. De groeistad van de jaren zestig en zeventig zorgde voor een transformatie van bodedienst naar serieus verhuisbedrijf met een grote thuismarkt en goede bereikbaarheid van de grote steden.
De UK‑specialisatie kwam rond 2003. Door slim te werken met groupage en flexibiliteit in afleverweek en ‑datum steeg de beladingsgraad en daarmee de efficiency. Brexit veranderde de praktijk: minder verhuizingen, minder concurrentie, per saldo ongeveer evenveel werk, maar wel een forse toename in douaneadministratie. Toch is zijn belangrijkste les niet de UK, maar risicospreiding. “Ik wed niet graag op één paard.” Henneken blijft allround en noemt de zakelijke markt, met veel overheid en zorg, als grote pijler. Dat vraagt breed opleiden en breed inzetten. “Opleiden kost geld, maar betaalt zich terug in kwaliteit en continuïteit.”
Op de vraag of het vak technischer of relationeler is geworden, kiest Lauwrens uitgesproken voor relationeler. Juist omdat klantvriendelijkheid soms schaars is, kun je je onderscheiden door gewoon vriendelijk en beleefd te zijn. Geen kostenpost, wel merkwaarde. Herkenbaarheid zit volgens hem in mensen: goede mensen aantrekken, goed behandelen en goede tools geven. “Dan gaan ze zich als ambassadeurs gedragen en dat zie je terug bij klanten.”

“In de stad is flexibiliteit geen talent, maar een vereiste” – Wiggelaar Verhuizingen B.V. (sedert 1883)
Als er één bedrijf is dat de stedelijke werkelijkheid belichaamt, is het Wiggelaar. Ondernemer Paul Wiggelaar antwoordt kort, operationeel en zonder omwegen. Het onderscheid zit niet in het verleden, maar in het dagelijkse spel: herkenbaarheid in de stad, een duidelijke kleurstelling en verhuizers die in de kleuren mogen werken.
De grootste structurele verandering is volgens Paul niet technisch, maar bestuurlijk. De invoering van tijdelijke verkeersmaatregelen maakte werken zonder ontheffing in de binnenstad feitelijk ondenkbaar. De stad vormt de organisatie. Alles moet flexibel en direct aanpasbaar zijn. Kwaliteit bewaken betekent tempo beheersen. Te hoge snelheid leidt tot schade en frictie, en frictie moet actief gemanaged worden. “Het moet voor alle partijen leuk blijven: de klant, de buren en de overheid.”
Wet- en regelgeving volgen hoort bij vakmanschap. Doe je dat niet, dan is het geen vakmanschap meer. Traditie is volgens Paul geen doel op zich: het gaat zuiver om de uitvoering. Zijn les aan jonge verhuizers is even Amsterdams als zakelijk: scherp geprijsd blijven, anders haakt de klant af.

“Historie is mooi, maar de klant betaalt voor vandaag” – De Haan Verhuizingen, Alblasserdam (sedert 1777)
De Haan heeft verreweg het oudste verhaal aan tafel. Om de lens scherp te stellen: toen Wolfgang Amadeus Mozart zijn doorbraakwerk (pianoconcert in E, K. 271) componeerde, begaf stamvader De Haan zich met paard en wagen naar het handelsregister om zijn bedrijf met een ganzenveer in te schrijven. Toch kiest ondernemer Michiel de Haan opvallend genoeg niet voor romantiek.
Zijn eerste nuchtere correctie is dat van de 250 jaar historie er “slechts” zo’n 70 jaar is verhuisd. Mensen verhuisden vroeger namelijk zelden. Het onderscheid zit dus niet in het jaartal, maar in cultuur: hard werken, kwaliteit leveren en vasthouden aan een strategie die in de verhuiswereld steeds minder vanzelfsprekend is: eigen mensen, eigen middelen.
Zijn tweede correctie is nog scherper: “de klant betaalt niet voor historie, maar voor performance.” Michiel formuleert het als een keten van verantwoordelijkheid: je erft het bedrijf van vorige generaties, maar hebt het in bruikleen van de volgende. En dat geldt net zo goed voor de wereld waarin je opereert. Daarmee is toekomstdenken geen optie, maar een opdracht.
Ook de omgang met traditie blijkt praktisch georganiseerd. Toen Michiel eind 2023 noodgedwongen zelf de leiding nam van het bedrijf, hingen op meerdere plekken in het bedrijf de geschiedenis van acht generaties prominent. Het meeste hiervan is weggehaald. Historie kreeg één plek: de ‘historische ruimte’. In het trapgat kwamen medewerkers te hangen die meer dan 25 jaar in dienst zijn. In de vergaderruimte het jaarthema en prioriteiten. Niet omdat historie onbelangrijk is, maar omdat alleen focus een bedrijf bestuurbaar houdt.
Michiel benoemt meerdere crises: twee grote branden, het faillissement van het moederbedrijf in 1997 met doorstart en de zware jaren 2022/2023. De rode draad in het herstel: “keuzes maken, een beetje wind mee en vooral de inzet van loyaal personeel. In crisistijd, zeggen ze, merk je de kracht van een familiebedrijf. Het voelt écht als een familie en dan ga je ervoor.”
Het leiderschap veranderde mee. Waar directief sturen vroeger werkte, werkt dat in de 21e eeuw minder. De Haan kiest daarom expliciet voor dienend leiderschap. Michiel is trots op de transitie van een ‘men‑only’ naar een 100% vrouwelijke directie: Madeline als CEO (en sinds kort medeaandeelhouder) en Linda als CCO. Internationale groei vraagt bovendien om openheid en interesse in mensen. Diversiteit wordt praktisch en commercieel relevant als je dagelijks internationaal werkt.
En wat moet een aartsvader vooral niet doen? Michiel de Haan is kort: “denken dat vroeger alles beter was.”
Bron: vakblad Verhuizen 2026-2
MEER NIEUWS